Evaluatierapport BES oktober 2015

 

Vijf jaar verbonden: Bonaire, Sint Eustatius, Saba en Europees Nederland

Joske Diesfeldt en Johann Wuestenberg van de Associatie voor OrganisatieOntwikkeling (AOO) zijn eind oktober tot begin november naar Bonaire geweest. Een van de redenen was het Evaluatierapport BES (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) van 12 oktober 2015.

Achtergrond
De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba hebben sinds 10 oktober 2010 elk een rechtstreekse band met Nederland. De hooggespannen verwachtingen die in 2010 werden gewekt toen de drie eilanden (samen ruim 56.000 inwoners) losser van met name Curaçao kwamen te staan en een status kregen als bijzondere Nederlandse gemeente is (nog) niet waargemaakt. Afgesproken is dat na vijf jaar een evaluatie plaatsvindt van de uitwerking van de nieuwe staatkundige structuur. De commissie heeft gekeken naar de werking van de wetgeving, de werking van de nieuwe bestuurlijke structuur en de gevolgen voor de bevolking. De evaluatie is uitgevoerd in opdracht van de bestuurscolleges van de openbare lichamen van Bonaire, Sint Eustatius, Saba en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Evaluatierapport BES oktober 2015

Uit het rapport, opgesteld door een commissie (met vertegenwoordigers van de Nederlandse overheid en de drie eilanden) onder leiding van oud-minister Liesbeth Spies:
“De verwachting in 2010 was dat de bevolking het economisch beter zou krijgen door de directe banden met Nederland met een beter functionerende overheid. De realiteit is echter eerder dat een deel van de bevolking het na 2010 economisch slechter heeft gekregen.”

Er is sinds 10 oktober 2010 veel veranderd op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zowel vanuit de drie eilanden als de Rijksoverheid is er veel tijd, geld en energie geïnvesteerd om van de transitie een succes te maken. In 2010 overheerste optimisme, de verwachtingen waren hoog gespannen. De afgelopen jaren is er veel werk verzet. In korte tijd zijn er veel veranderingen voorbereid en doorgevoerd. De resultaten van deze inspanningen zijn echter wisselend.

Er zijn duidelijk positieve resultaten behaald, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg en het onderwijs. De commissie concludeert dat er vooral successen geboekt zijn op terreinen waar de plannen ambitieus en de afspraken concreet zijn. Veel laat nog te wensen over. Ondanks de intentie om terughoudend te zijn met het maken van nieuwe wetten en regels blijkt er in de praktijk toch veel veranderd te zijn. Over bepaalde veranderingen bestaat onvrede. Bewoners vinden dat ze te weinig betrokken zijn geweest bij de veranderingen en dat er vaak onvoldoende met de bijzondere omstandigheden op de eilanden rekening wordt gehouden.
De frustratie van de drie eilanden voor 2010 was dat zij altijd werden gedomineerd door de drie ‘grote’ Antilliaanse eilanden Curaçao, Aruba en Sint Maarten en zelf nauwelijks iets hadden in te brengen. Dat gevoel bestaat onder de nieuwe staatkundige verhoudingen nog steeds. Volgens de evaluatiecommissie zijn de eilanden er zelfs op achteruit gegaan in vergelijking met de situatie vóór de “transitie” van 2010. De eilanden hebben zelf nog minder invloed dan destijds. “Dat resultaat lijkt door niemand te zijn voorzien en beoogd”, schrijft de commissie.

De armoedeproblematiek is toegenomen, mede door de dalende koopkracht en het lage niveau van sociale voorzieningen. Zo is de levensstandaard voor veel mensen, ook degenen die betaald werk hebben, verslechterd. “De zorg om primaire levensbehoeften, met name bij de kwetsbare groepen in de samenleving overheerst”, zegt het rapport.  
Ook zijn er achterstanden in het onderhoud van de fysieke infrastructuur.

De commissie concludeert dat tegenvallende resultaten worden veroorzaakt door een aantal factoren. Gemaakte afspraken zijn niet altijd helder en worden verschillend uitgelegd. Het meest sprekende voorbeeld is de afspraak om tot een ‘binnen Nederland aanvaardbaar voorzieningenniveau’ te komen. De verschillen in taal, schaalgrootte en cultuur bemoeilijken de samenwerking tussen Bonaire, Sint Eustatius, Saba en de Rijksoverheid. De aanpak van de Rijksoverheid is versnipperd en de kennis over de specifieke omstandigheden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba vaak beperkt. Kritiek is er hoe van de zijde van de Nederlandse overheid de afgelopen vijf jaar met de eilanden is omgegaan, Er was sprake van “weinig gecoördineerde en niet altijd duurzame inspanningen van individuele ambtenaren”. Daarnaast is het lokale bestuur nog niet van voldoende kwaliteit.

Niet alle ontwikkelingen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba sinds 10 oktober 2010 hebben te maken met de staatkundige vernieuwing. Net als Europees Nederland zijn ook de eilanden getroffen door de wereldwijde economische en financiële crisis. Ook los daarvan is de economische ontwikkeling beperkt. Bonaire, Sint Eustatius, Saba en Europees Nederland missen een gedeelde aanpak die een economisch toekomstperspectief biedt.

Op dit moment overheerst op de eilanden een breed gevoelde en sinds 2010 steeds verder toegenomen teleurstelling. De hoge verwachtingen die mensen hadden bij de start van de transitie zijn niet allemaal uitgekomen. Dat is in belangrijke mate terug te voeren op het welvaartsniveau: de levensstandaard is voor veel mensen, ook die met een baan, sinds 2010 gedaald.

De balans na vijf jaar is nog niet positief. Vijf jaar is echter kort. Het is te vroeg voor een definitief oordeel. De verwerking van de transitie is nog in volle gang. De commissie spreekt de wens uit dat de resultaten van de evaluatie de basis vormen voor een impuls om de oorspronkelijke doelstellingen van de staatkundige verandering in de komende jaren dichterbij te brengen. Dat vereist dat Bonaire, Sint Eustatius, Saba en Europees Nederland, in dialoog met de bewoners, gezamenlijk concrete maatregelen treffen die in het belang zijn van de inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Bekijk de video Evaluatie 12 10 2015
Lees meer...

Bouwstenen voor de toekomst van Bonaire
Gedeputeerde Clark Abraham heeft een 6-daagse werkbezoek aan Nederland gebracht. Veel thema’s zijn met de verschillende partners besproken. Zo is ook de evaluatie aan bod gekomen Er is gesproken over de relatie binnen het Koninkrijk, de economische ontwikkeling, het toerisme, het milieu (kernpeiler toerisme en economie). Ook heeft het eerste stuurgroepoverleg bestuurlijke ontwikkeling plaatsgevonden.

Onlangs heeft het Bestuurscollege van Bonaire een overeenkomst getekend met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In deze overeenkomst staan afspraken voor de samenwerking met BZK om de bestuurskracht van Bonaire te versterken. Een van de onderwerpen in het traject bestuurlijke ontwikkeling, is het uitvoeren van een doorlichting van het ambtelijke apparaat. Het bestuurscollege geeft hiermee verder vorm aan het genomen standpunt, zoals aangegeven in het bestuursakkoord: “deugdelijk, transparant bestuur is essentieel voor de sociaal economische ontwikkeling van Bonaire”.
Abraham legt uit: ,,Om de bestuurskracht van Bonaire te kunnen versterken moeten we zeker niet alleen naar het ambtelijke apparaat kijken. Laten we vooral als eerste naar onszelf als bestuurders en raadsleden kijken. Van daar heeft het traject ook betrekking op de Eilandsraad en Bestuurscollege (BC); dus van bestuurder tot aan baliemedewerker. Onze doelstelling als   BC is om te komen tot een bestuur dat voldoet aan de volgende kenmerken:
doelmatig, doeltreffend, transparant, integer, deugdelijk en rechtmatig.
We zijn blij dat BZK onze gestelde doelstellingen ook steunt’’.
Het organisatieontwikkelingstraject om de bestuurskracht van Bonaire te versterken zal gefaseerd plaatsvinden. Hierbij worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
1. Het creëren van meer verbinding (tussen ambtenaar en bestuur);
2. Het creëren van een efficiënte slagvaardige organisatie;
3. Versterken van beleidsmatige functie van het OLB (Openbaar Lichaam Bonaire);
4. Opzet van een systeem van permanente opleidingen;
5. Mensen op de goede plek die geëquipeerd zijn voor hun functie;
6. Het doorlichten van werkprocessen en functies.
Abraham: ,,De overheid is er om het volk te dienen. Het is aan ons om tot een effectief en efficiënt apparaat te geraken’’.